Stichting tot behoud van Elburger botters
Museum en werf Elburg

Museum en werf

 

 

Bottermuseumwerf 'De Hellege'.
Bottermuseumwerf 'De Hellege' heeft een museaal gedeelte waar kennis kan worden gemaakt met de traditionele botterbouw en de historie van de visserij. De diverse soorten (mimiatuur) botters staan uitgestald en oude ambachten worden getoond.
In de grote loodsen worden de botters gerestaureerd en vaarklaar gemaakt. Vanaf de balustrade kan het publiek dit zien. Niet alleen het décor van de oude botters, maar de totale beleving maakt dat oude tijden herleven. Dit is niet alleen te zien, maar zeker ook te ruiken.
Het publiek wordt via een vaste looproute meegenomen vanuit het verleden naar het heden.
De filmzaal toont oude beelden die tot de verbeelding spreken. De fotocollectie vertelt hoe de Botterstichting is ontstaan en over onze doelstelling.
De gidsen vertellen op een boeiende wijze de verhalen van vroeger. Hoe de oude vissers bij regen, wind en storm hun werk moesten doen op de voormalige Zuiderzee.
In het museum is te zien hoe de botters werden gebouwd, de details werden aangebracht en de naden en kieren werden gebreeuwd. Hoe je rondhout maakt en waarom ‘Prinsewerk’ werd aangebracht. Kortom de technieken van weleer worden hier getoond.
Het door de Botterstichting opgezette Leer-Werkproject laat zien hoe onder leiding van een deskundige leermeester de oude ambachten worden uitgeoefend en overgedragen aan jongeren.
Kortom een bezoek aan het Bottermuseum is zeer de moeite waard.

Botterwerf
De geschiedenis van de scheepswerf van de familie Balk gaat terug tot de achttiende eeuw. In het van Resolutieboek Elburg is te lezen dat Dries van der Beek op 20 april 1787 octrooi vroeg voor vijfentwintig jaar tot het realiseren van een scheepshelling, waarop ‘veerschepen en meerdere vaartuigen kunnen worden gerepareerd’. Van der Beek liet de werf aanleggen ‘aan de noordkant van de haven naast het oude helling'tje'. Op de werf werkten aan het eind van de achttiende eeuw twee scheepstimmerlieden. Eén van hen was een zekere Teunis Goris (geboren te Zwartsluis).
Aan het begin van de negentiende eeuw komt de werf in handen van de Elburger familie Balk. De aankoop van het perceel door Sijbrand Balk, die op 8 mei 1802 voor 1220 gulden eigenaar werd van ‘de scheepshelling, het pakhuis en het koolhok’, markeert het begin van ruim twee eeuwen werfexploitatie door de Balk dynastie.
Sijbrand Balk (1774-1841) ging voortvarend van start in het genoemde jaar bouwde hij voor Brand Heimens en Teune Reins een ‘visch- of botterschuit’ voor 812 gulden en 20 stuivers. Een jaar later gleed wederom een nieuwe ‘visch- of botterschuit’ van de helling. Deze was bestemd voor Harmen Gerrits Smit en Fennigje Groen en kostte destijds 450 gulden.
Hoewel in de negentiende eeuw op de werf van Balk verschillende (kleinere)vissersvaartuigen werden vervaardigd was het bedrijfje voornamelijk een ‘reparatiewerf’.
Op 15 februari 1838 verkocht Sijbrand Balk de scheepswerf voor zeshonderd gulden aan Hartger Rensen Balk (1798-1883), de zoon van zijn broer Hendrik Roelof. Vervolgens kwam de werf in handen van Hendrik Roelof Balk (1827-1891), de oudste zoon van Hartger Rensen Balk en Gerritje Straatman. Hun oudste zoon Hartger werd omstreeks 1880 werfbaas. Maar ook zijn jongere broer Cornelis voelde zich aangetrokken tot het scheepstimmervak. De broers kon¬den echter slecht met elkaar overweg. Nadat er financiële problemen ontstonden, besloot de familie Balk de werf publiek te verkopen.
Uiteindelijk kocht werfbaas Schepman uit Kampen de scheepswerf voor Cornelis Balk (1864-1945). Balk stuurde de bevriende mecenas uit Kampen als dank een krommer van een zwaardbolder. Cornelis Balk werkte aanvankelijk een poosje met zijn zwager Jan Vlieger (EB 19) en Aart Vos als knechten.
In de eerste decennia van de twintigste eeuw kwamen de zoons Hendrik Roelof (1892-1967) en Daniël (1904-1986)op de werf van hun vader.
Hendrik Roelof Balk vond vanaf 1927 werk op de scheepswerf van Verschure te Amsterdam Noord. In 1937 nam Daan Balk de werf over van zijn vader. In hetzelfde jaar liet hij op de werf een schuur (lees: werkplaats) bouwen. In die tijd was Kees van Loo enige jaren knecht op de werf.
Na de Tweede Wereldoorlog vormde de naderende inpoldering een steeds grotere bedreiging voor de werf. De opkomst van het watertoerisme bood uiteindelijk redding, al veranderde de aard van de werkzaamheden daardoor geleidelijk. Zoon Bart Balk (1938-1998) bekwaamde zich in de jaren vijftig in het metaalvak en legde zich hoe langer hoe meer toe op reparaties aan stalen plezierjachten en beroepsvaartuigen.
In 1987 liet Bart Balk een nieuwe loods op het terrein van de oude helling bouwen. Deze loods beschikt over een dok waarin schepen tot ongeveer honderd ton kunnen worden bewerkt.
Bart Balk overleed plotseling op 19 mei 1998. Het bedriijf werd daarna gerund door zijn zoon Daan (1968), die intussen op Urk een scheepsbouwbedrijf heeft overgenomen.
In 2008 gaat de Stichting tot Behoud van Elburger Botters, na het bijeen brengen van de nodige financiën, over tot de aankoop van de werf. De werf wordt ingrijpend gerestaureerd en in 2010 heropend door H.K.H prinses Magriet. De werf doet nu dienst als Bottermuseumwerf waar nu weer botters worden gerestaureerd. Tevens is er een expositieruimte ingericht waar het publiek alles te weten kan komen over botterbouw en de historie van het visserijverleden van Elburg.


Het project voor de realisatie van de werf is o.a. gesteund door de Provincie Gelderland en het Prins Bernhard Cultuur Fonds, het VSB Fonds en het Elburger Genootschap.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11

Contact

Stel een vraag of plaats een opmerking, u krijgt
zo snel mogelijk antwoord van ons!

Locaties:

Klik op de locaties voor meer informatie